Schijnzelfstandigheid is geen abstracte juridische term meer — het is een risico waar de Belastingdienst actief op controleert. Voor bureaus die werken met ZZP-contractors betekent dit dat elke actieve opdracht beoordeeld kan worden. Niet als theorie, maar als boekenonderzoek met financiële gevolgen.
Deze checklist helpt u per opdracht beoordelen of de arbeidsrelatie de toets der kritiek kan doorstaan. Loop de drie onderdelen na voor elke actieve ZZP-contractor in uw bureau.
Gebruik deze checklist preventief. Een boekenonderzoek kondigt zich niet altijd van tevoren aan. Bureaus die hun dossier op orde hebben, staan bij een controle direct sterk.
Wat is schijnzelfstandigheid?
Er is sprake van schijnzelfstandigheid wanneer iemand formeel als zelfstandige werkt — met een KVK-inschrijving en een factuur — maar de feitelijke werksituatie de kenmerken heeft van een dienstverband. De Belastingdienst kijkt niet naar de papieren constructie, maar naar de werkelijkheid: hoe wordt het werk uitgevoerd, wie geeft instructies, loopt de contractor echt ondernemersrisico?
Als de werkelijkheid niet overeenkomt met de contractuele afspraken, spreekt de Belastingdienst van schijnzelfstandigheid. De gevolgen — naheffing, boete, herclassificatie — liggen dan bij het bureau als opdrachtgever. Lees meer over de achtergrond in ons artikel over de Wet DBA in 2026.
Deel 1 — Contractchecklist
Het contract is het fundament van het dossier. Controleer voor elke ZZP-opdracht de volgende punten:
-
Ondertekende modelovereenkomst aanwezig Er is een door beide partijen ondertekend contract met duidelijke opdrachtomschrijving.
-
Belastingdienst-referentienummer opgenomen De overeenkomst verwijst naar een goedgekeurde modelovereenkomst van de Belastingdienst, of is zelfstandig beoordeeld.
-
Substitutieclausule aanwezig De contractor heeft contractueel het recht zich te laten vervangen door een andere gekwalificeerde professional.
-
Geen gezagsverhouding opgenomen Het contract legt geen instructiebevoegdheid vast over hoe het werk uitgevoerd moet worden — alleen wat het resultaat is.
-
Looptijd expliciet begrensd De opdracht heeft een duidelijke einddatum of een afgebakende scope. Open-einde opdrachten zijn een risicofactor.
-
Aansprakelijkheid bij de contractor De overeenkomst legt vast dat de contractor aansprakelijk is voor fouten in zijn geleverde werk.
Deel 2 — Opdrachtchecklist
Een correcte overeenkomst is noodzakelijk, maar niet voldoende. De feitelijke uitvoering van de opdracht telt zwaarder. Controleer per actieve opdracht:
-
Uurtarief boven de VBAR-risicogrens Het tarief ligt boven circa €32,24 per uur. Onder dit bedrag is het tarief zelf een risico-indicator.
-
Contractor werkt voor meerdere opdrachtgevers De contractor heeft aantoonbaar ook andere klanten. Exclusiviteit voor uw bureau vergroot het risico aanzienlijk.
-
Looptijd onder de twaalf maanden Opdrachten boven de twaalf maanden bij dezelfde opdrachtgever zijn een expliciete risicofactor in de beoordeling.
-
Resultaatgericht in plaats van uurloon De contractor factureert op basis van geleverd werk of een vaste prijs, niet uitsluitend op uren aanwezigheid.
-
Contractor gebruikt eigen materialen en software De contractor werkt met zijn eigen laptop, tools en licenties. Volledig door opdrachtgever verstrekte middelen wijzen op een werkgeversrelatie.
-
Geen vaste werkplek of werktijden voorgeschreven De contractor bepaalt zelf waar en wanneer hij werkt, tenzij de aard van het werk dit vereist.
Deel 3 — Werkwijzechecklist
Dit derde onderdeel gaat over het dagelijkse richtingselement: wie bepaalt feitelijk hoe het werk gedaan wordt?
-
Geen functioneel leidinggevende vanuit het bureau Er is geen vaste manager of teamleider vanuit uw bureau die dagelijkse instructies geeft over de werkmethode.
-
Contractor beslist zelf over werkvolgorde en aanpak De opdrachtgever stelt het resultaat vast; de contractor bepaalt hoe hij daar komt.
-
Geen integratie in de vaste organisatie De contractor staat niet op de interne organisatiekaart, heeft geen vast bureau en wordt intern niet behandeld als medewerker.
-
Geen doorbetaling bij ziekte of verlof Als de contractor niet werkt, wordt er niet betaald. Doorbetaling bij ziekte of vakantie is een kenmerk van een dienstverband.
Wat als een opdracht niet door de beugel kan?
Niet elke bestaande opdracht voldoet aan alle punten. Dat is een realistisch uitgangspunt. Belangrijk is wat u daarna doet:
- Breng het risico in kaart. Hoe meer vinkjes ontbreken, hoe hoger het risico. Één punt is zelden doorslaggevend — het gaat om het totaalplaatje.
- Corrigeer wat corrigeerbaar is. Ontbreekt een substitutieclausule? Voeg die toe bij de eerstvolgende contractverlenging. Werkt de contractor uitsluitend voor uw bureau? Bespreek dat en leg het vast.
- Documenteer de context. Als een opdracht door de aard van het werk bepaalde kenmerken niet kan vermijden — bijvoorbeeld vaste locatie — leg dan schriftelijk vast waarom dat zo is en welke andere indicatoren juist wel voor zelfstandigheid pleiten.
- Overweeg een nieuw contract. Bij structurele knelpunten is het soms verstandiger de opdracht opnieuw te structureren in plaats van bestaande risico's te laten doorlopen.
Een bureau dat aantoonbaar actief bezig is met compliance — en dat kan laten zien — staat bij een boekenonderzoek beduidend sterker dan een bureau dat geen dossier heeft. De Belastingdienst maakt onderscheid tussen onwetendheid en kwade opzet. Uw inzet telt mee.
Deze checklist automatisch bijhouden?
ZZPGuard beoordeelt de risico-indicatoren automatisch per opdracht en signaleert welke contractors extra aandacht vereisen. Schrijf u in voor early access en ontvang als eerste een uitnodiging.
Aanmelden voor early access →