De Wet DBA staat al jaren op de agenda van elk uitzend- en detacheringsbureau. Maar waar het de afgelopen jaren vooral ging om voorbereiding en aanpassing, is de situatie in 2026 fundamenteel anders: de Belastingdienst handhaaft actief, er zijn al naheffingen opgelegd en de opvolger van de Wet DBA — de Wet VBAR — staat op de agenda. Voor bureaus die werken met ZZP-contractors is dit het moment om hun dossiers op orde te brengen.
Kern: Kunt u bij een boekenonderzoek aantonen dat uw ZZP-contractors echt zelfstandig zijn? Zo niet, dan loopt u risico op naheffing, boetes en herclassificatie van de arbeidsrelatie.
Wat is de Wet DBA?
De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) verving in 2016 de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Waar de VAR de verantwoordelijkheid volledig bij de opdrachtnemer legde, verschoof de Wet DBA die verantwoordelijkheid naar beide partijen: zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer kunnen worden aangesproken als een arbeidsrelatie achteraf als dienstverband wordt beoordeeld.
Na invoering volgde een lang handhavingsmoratorium. De Belastingdienst kondigde aan voorlopig niet te handhaven om bedrijven de tijd te geven zich aan te passen. Dat moratorium eindigde op 1 januari 2025. Sindsdien kan de Belastingdienst actief controleren, naheffingen opleggen en boetes uitschrijven.
Wat verandert er in 2026?
In 2026 zijn er twee ontwikkelingen die voor bureaus van direct belang zijn:
1. Actieve handhaving is de norm geworden
De eerste controles en naheffingen na het aflopen van het moratorium zijn een feit. De Belastingdienst beschikt over data en kan gerichte boekenonderzoeken uitvoeren. Bureaus met grote aantallen actieve ZZP-opdrachten zijn een logisch startpunt. Wie geen geordend dossier heeft — ondertekende modelovereenkomsten, vastgelegde opdrachtkenmerken, bewijs van zelfstandige werking — staat bij een controle met lege handen.
2. Wet VBAR kondigt verdere aanscherping aan
De Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet VBAR) is de beoogde opvolger van de Wet DBA. Deze wet beoogt de criteria voor zelfstandigheid wettelijk scherper te definiëren. Hoewel de exacte inwerkingtreding nog niet definitief is vastgesteld, geeft de wet al duidelijk aan in welke richting de beoordeling beweegt: meer objectieve toetsing op basis van vooraf vastgestelde indicatoren.
Voor bureaus betekent dit: wie nu al werkt volgens de systematiek van die indicatoren, bouwt een dossier op dat ook onder de Wet VBAR standhoudt.
Welke risico's loopt uw bureau?
Als de Belastingdienst een opdracht beoordeelt als een verkapt dienstverband, zijn de gevolgen drieërlei:
- Naheffing loonheffingen en premies. De Belastingdienst kan loonbelasting en werkgeverspremies met terugwerkende kracht opleggen, tot vijf jaar terug. Bij meerdere actieve opdrachten kan dit snel oplopen.
- Vergrijpboete. Bij opzet of grove schuld kan de inspecteur een boete opleggen van 25 tot 100% van het naheffingsbedrag bovenop de naheffing zelf.
- Herclassificatie als werkgever. Als de opdrachtnemer wordt aangemerkt als werknemer, gelden alle rechten en plichten van het arbeidsrecht: ontslagbescherming, loondoorbetalingsplicht bij ziekte, opbouw vakantiedagen en pensioenrechten.
Belangrijk: het risico ligt bij het bureau als opdrachtgever, niet alleen bij de ZZP-contractor. Een contractor met een actieve KVK-inschrijving en een btw-nummer geeft geen enkele garantie op compliance.
De zeven risico-indicatoren
De Belastingdienst beoordeelt arbeidsrelaties aan de hand van een reeks indicatoren. De volgende zeven zijn voor bureaus het meest relevant en terugkerend in de praktijk:
-
1
Uurtarief onder de VBAR-risicogrens. Tarieven onder circa €32,24 per uur (het wettelijke referentietarief) zijn een directe risicofactor.
-
2
Exclusiviteit. Werkt de contractor uitsluitend voor uw bureau of opdrachtgever? Dan is er minder bewijs van echte zelfstandigheid.
-
3
Richtingselement. In welke mate geeft de opdrachtgever instructies over hoe het werk uitgevoerd wordt? Sterk richtingselement verhoogt het risico.
-
4
Looptijd van de opdracht. Langdurige opdrachten bij dezelfde opdrachtgever — zeker boven de twaalf maanden — wekken de schijn van een vaste arbeidsrelatie.
-
5
Substitutieclausule. Kan de contractor zich laten vervangen door een andere professional? Zo niet, dan wijst dat op een persoonlijke arbeidsrelatie.
-
6
Materialen en gereedschap. Werkt de contractor met zijn eigen middelen, of stelt uw bureau alles beschikbaar? Het laatste wijst op een werkgeversrelatie.
-
7
Ondernemersrisico. Loopt de contractor zelf financieel risico — kan hij verlies lijden, aansprakelijk worden gesteld? Zo niet, dan ontbreekt een kernkenmerk van zelfstandigheid.
Geen enkele indicator is op zichzelf doorslaggevend. De Belastingdienst weegt het totaalplaatje. Maar hoe meer indicatoren in de richting van een dienstverband wijzen, hoe groter het risico.
Wat kunt u nu doen?
Compliance begint met dossiervorming. Praktisch betekent dit:
- Breng uw actieve opdrachten in kaart. Hoeveel ZZP-contractors zijn momenteel actief? Wat zijn de tarieven, looptijden en richtingselementen per opdracht?
- Screen uw modelovereenkomsten. Zijn de contracten ondertekend? Bevatten ze een substitutieclausule? Is er een Belastingdienst-referentienummer opgenomen voor goedgekeurde overeenkomsten?
- Beoordeel het risico per opdracht. Niet elke ZZP-opdracht draagt hetzelfde risico. Prioriteer de opdrachten met de meeste risico-indicatoren.
- Bouw een controleerbaar dossier op. Zorg dat alles — contracten, opdrachtomschrijvingen, facturatie — op één plek te vinden is en te overhandigen is bij een inspectie.
Bureaus die dit nu regelen, hebben een aanzienlijk voordeel ten opzichte van concurrenten die wachten tot een controle daadwerkelijk plaatsvindt. Een boekenonderzoek kondigt zich niet altijd van tevoren aan.
ZZPGuard helpt u dit automatiseren
ZZPGuard beoordeelt de zeven risico-indicatoren automatisch per opdracht, beheert uw contracten en genereert een auditrapport op aanvraag. Schrijf u in voor early access en ontvang als eerste een uitnodiging.
Aanmelden voor early access →